Geduld
Kun je met iemand praten die je niet kent?
De wind woei, maar vandaag toch wel veel kouder dan normaal. Zijn wangen waren haast bevroren, zo voelden ze aan. Zijn tenen voelde hij al niet meer.
Hij liet zijn hand zakken in het ijskoude water. Golfjes ontstonden, vluchtten van schrik weg, weg van die hand. Zelfs het water…
Hij keek naar beneden, in het spiegelende oppervlak, en zag de grauwe winterlucht die in de verte, ver weg van hem, hing.
“Hoi.”
De fluistering ging verloren in de wind.
“Hoi,” zei hij nog een keer, dit keer wat harder, om boven die verschrikkelijke wind uit te komen. “Hoi!” echode het door het gras aan de overkant.
Niemand riep terug. Niemand gooide haar armen in de lucht, klaar voor een warme omhelzing. Niemand lachte naar hem, riep zijn naam…
Maakt niet uit.
Hij zuchtte onhoorbaar, sloot zijn ogen terwijl hij ze van de koude wind afwendde. In de verte luidde een kerktoren.
Op de laatste dag van het jaar zat er een jongen van zeventien in z’n eentje bij een beekje naar het water te staren. Hij keek op, staarde naar de horizon, net onder de grijze wolken, voorbij de verzengende wind.
“Ik wacht nog wel een jaar,” verzuchtte hij. Toen stond hij op, en liep terug naar huis.
Recente reacties